Karakorum

De druk op zijn borst nam geleidelijk toe, terwijl hij het gras onder zijn lichaam vochtiger voelde worden. Hoe lang lag hij al op zijn rug? Één uur? Vier uur? Hij draaide zijn hoofd naar rechts en zag de door de maan verlichte heuvel waarachter Karakorum lag, stad van heersers. Links van hem zag hij een uitgestrekte vlakte, met op de voorgrond het minuscule koepeltentje waarin zijn vriendin lag te slapen. Boven zijn hoofd een verblindende diamanten hemel van oneindige intimidatie.

Hoe lang was hij buiten bewustzijn geweest? Hij wist het niet. Hij was de tent uit gegaan om te plassen. Hij had omhoog gekeken en de onmogelijkheid van het stille, onverschillige doch fel fonkelende universum gezien. En toen ging het licht opeens uit. Starend in de afgrond boven hem, in dat onmetelijke, oneindige sterrenspel, had hij zijn eigen levensangst gevoeld. De angst die de mensheid vanaf haar conceptie heeft gedreven – gedumpt in duisternis als zij is – was nu in zijn borst geland.

Niet weten waarom, waar en hoe wij zijn is intrinsiek bedreigend. Daarom discussiëren we over goed en kwaad, objectieve waarneming en het godsbewijs. We ontwikkelen dogmatische stelsels als religie, wetenschap, rechtspraak om de onzichtbare dreiging te dresseren en maken afspraken over wat waar is en wat niet, onderscheiden kunstmatig tussen feit en fictie. Maar kan in een omgeving waarin wij niet begrijpen waarom, waar en hoe wij zijn, niet alles enkel maar fictie, een verhaal, een narratief zijn?

Hij had weinig last van de ijzige septemberkou. Hoewel hij naar dit desolate deel van de wereld was gekomen om zich onderprikkeld te voelen, hadden zijn gedachten hem onverhoeds overmeesterd. Thuis had hij weinig tijd voor zijn gedachten, geperst in het keurslijf als hij was, maar hier ontwaakten de demonen van zijn onderdrukte geest. En die maakten hem vrij. Want hij besefte dat hoe gebonden wij mensen ook zijn door dat wat we niet begrijpen, in een bestaan waar alles fictie is, kunnen we het beste alleen maar aanschouwen wat is en proberen ons eigen verhaal er tussen te schrijven.

Als een regisseur en scenarist van het leven, een heerser, stond hij op, liep naar de tent en wekte zijn vriendin. De zomer erop bracht een nieuwe oneindigheid.

Plaats een reactie